Alice in Wonderland

Walt Disney is altijd al gefascineerd geweest door het werk van Lewiss Carol. Zijn twee bekendste werken zijn ongetwijfeld “Alice in Wonderland” en “Through the looking glass”. Deze twee boeken komen dan ook geregeld terug in het repertoire van Disney, zo zijn de eerste stappen van Disney in de animatiewereld avonturen van een zekere Alice die wonderlijke avonturen beleeft, is er een befaamde Mickey Mouse-short die door de spiegel (het “kijk”glas) beland en in 1951 was het tijd om Alice een eigen feature animatiefilm te geven.

En het resultaat is er, Alice beleeft de grootste drugtrip die mogelijk is. Kleurrijke figuren, zotte gebeurtenissen, kolder, chaos en humor passeren allemaal de revue.
Het probleem, en Walt zelf heeft dat nadien ook erkend, is echter dat er geen pathos in zit, geen emotionele connectie met het publiek. Het karakter van Alice is te leeg om een ’90 minuten durende kleurrijke fantasie te kunnen laten boeien. Eigenlijk zoals George Lucas ooit zei: “A special effect without a story is a pretty boring thing” (en dit was voor hij de Star Wars prequels maakte!)

En de individuele segmenten zijn wel steeds leuk, maar er is niets evolutie in de film. Zo maakt het geen enkel verschil moest Alice eerst bij de Tea-Party passeren en dan Tweedle-Dum & Tweedle-Dee tegenkomen of vice versa. Gelukkig wordt er net op het juiste moment nog het segment met de harten-koningin ingestoken, daar zit toch een beetje plot in, waardoor deze film op het randje kan blijven boeien tot het einde.

De animatie, het visuele gedeelte en technische kunde is naar goede gewoonte bij Disney van het hoogste niveau, maar inhoudelijk is dit toch wel de grootste gebakken lucht die ze ooit hebben geproduceerd. Voor de kleinsten is dit meer dan genoeg om naar de bewegende beeldjes te kunnen kijken, voor een volwassen publiek raad ik hem aan op eigen risico.

Advertenties